Mojácar vervolg  

Nu na ruim een maand eindelijk het gevoel dat wij gewend aan het raken zijn. De eerste maand was een vakantiemaand. Dat is ook niet zo gek want Mojácar is een vakantie dorp, in de maanden juli en augustus zijn hier ruim 25.000 toeristen, terwijl er nu ongeveer 5000 mensen wonen. Dus ga niet in de maanden juli en augustus naar Mojácar.

In de tussentijd hebben wij diverse uitstapjes gemaakt in de provincie Almeria. Wij hebben ondertussen hier ook al zo’n 2000 kilometer gereden, maar dat is hier niet erg omdat de snelwegen erg rustig zijn. Je kunt ze vergelijken met de jaren 70 in Nederland, of een vroege zondagmorgen.  
We hebben de Alcazaba in de hoofdstad Almeria bezocht. Éen van de grootste Moorse overblijfselen in Spanje dat maar weinig mensen weten. Trouwens met de auto de stad Almeria inrijden is ook nog wel een dingetje, maar dankzij de goede navigatie van mijn echtgenote is alles prima verlopen. Alleen de parkeergarages hier zijn nogal nauw, weinig ruimte om te parkeren. Uiteindelijk vonden wij een garage dichtbij de bezienswaardigheden van Almeria, en dat voor 5 euro , 4 uur parkeren.  
 
Ook hebben wij het natuurpark Cabo de Gata verkend en hebben enkele dagen doorgebracht in een Cortijo, met houtkachel. Dat was een succes, dichtbij de zoutwinning van Almeria en de Flamingo’s die parmantig op en neer liepen bij deze zoutvlakte. De weg naar de Cortijo gaf ons in eerste instantie wel wat twijfels omdat het ook daar stikte van de plastic kassen, die je in deze streek erg veel ziet. Kijk maar eens op de kaart van de provincie Almeria, daar zie je een grote witte vlek, dat zijn allemaal kassen waar tomaten, paprika’s en komkommers worden gekweekt voor heel europa.  
Winning van water is hierdoor wel een groot probleem omdat het zowiezo al weinig regent, en dan al die kassen die water nodig hebben. Door de onttrekking van dit grondwater komt er vanuit zee zout water naar boven, dit wordt nog wel een probleem daar, als het dat al niet is.  
 
Enkele andere stadjes die wij hebben bezocht zijn Seron, Albanchez en Huercal – Overa.
In dat laatste stadje zijn we afgelopen maandag op bezoek geweest bij Pieter en Toos. Pieter is de broer van Lenneke mijn schoonzus. Zij wonen nu twee jaar in Spanje in een oude verbouwde cortijo. Pieter is een tuinliefhebber en verbouwd daar nu zijn eigen groente. Een voorbeeld van hoe anders het klimaat hier is blijkt uit het feit dat Pieter nu de tuinbonen verbouwd, dat gebeurd bij ons pas ergens in maart. Het groeiseizoen loopt hier heel anders dan in Nederland, sla staat nu volop in het land.  Wat ook nog heel bijzonder is er zijn nog verschillende struiken die nog steeds in bloei staan. Prachtig dat er nog zoveel kleur is in een van de droogste klimaten van Europa.
 
De komende weken staan natuurlijk wat meer in het teken van de Kerst en Oud en Nieuw. Volgende week vrijdag gaan we dineren in restaurant La Parata, dat ligt op loopafstand van ons appartement. Met de jaarwisseling zijn we bij Pieter en Toos in de cortijo , daar blijven we overnachten, en maar hopen dat er geen schorpioen rondloopt, want die hadden ze laatst in huis. Zijn volgens Pieter niet echt gevaarlijk, als je gestoken wordt voelt het als een bijenprik zegt hij, dus don’t worry , be happy.  
 
Dag lieve lezers die thuis in ons het koude kikkerlandje verblijven, hou je haaks en hele fijne feestdagen toegewenst en tot een volgende blog.